17. Het wij-land.

Ze was al eerder geweest. De laatste keer hadden we gekeken naar haar verwachtingen ten aanzien van de mensen in haar leven. Nu is ze er weer en ze vertelt hoe de vorige sessie op haar heeft doorgewerkt.  Ze is zich bewust geworden van de slechte band met haar vader. Het heeft misschien wel veel meer invloed op haar dan dat ze zich tot nu toe bewust geweest is. Ze vertelt meer. De tranen glijden langs haar wangen. Ze besteedt er geen aandacht aan. Ik neem haar mee naar de paarden.

Ik vraag haar de paarden te labelen: ieder paard staat voor een lid uit haar gezin. Het zijn er precies 5. Ze vindt dat niet makkelijk, kijkt, observeert, twijfelt en benoemt ze dan toch. In het midden tussen 2 andere paarden: haar moeder, met daarnaast haar middelste zus en aan de andere kant zichzelf. Zij hebben met zijn drieën een hele hechte band. Het klopt met hoe ze staan, het is net echt.

Iets op een afstandje , met haar gezicht naar moeder en dochters toe, de oudste zus. Die staat niet voor niets wat verder weg: zij kan het minder goed vinden met de andere 3. En er zijn nog wel eens wat conflicten en ergernissen. Is er jaloezie? Ja die is er, zeker.

En dan vader. Die staat niet in de bak bij de rest maar erbuiten. Hij kan er wel bij want de ruimte is niet afgesloten. Maar hij staat op een afstand, aan de andere kant van het hek en kijkt een andere kant op. Dat klopt wel, hij gaat altijd zijn eigen gang, zegt ze. Ik vraag haar of het goed is als we eens bij hem gaan kijken. We lopen zijn kant op en blijven op een afstand staan. Inmiddels heeft hij een andere houding aangenomen en lijkt hij toch de kant op te kijken van het gezin waar hij ooit deel van uitmaakte.

Ik vraag haar om naar hem toe te gaan en hem te vertellen wat ze mij verteld heeft aan het begin van de sessie. Ze kijkt me vragend aan en na een stilte zegt ze ‘tegen het paard?’ Ik bevestig het ‘tegen het paard, dat nu je vader voorstelt. Vertel hem wat je hem zou willen zeggen’

‘ja maar, wat als hij geen contact maakt?’ 

Voorzichtig bemoedig ik haar om het toch te proberen en om dan te zien wat er komt. Ze doet het. Het paard maakt contact, kijkt haar aan, kauwt, likt, schuurt soms eventjes, doet geen stap opzij, wil daar blijven staan bij haar. Ik blijf op afstand. Ik versta niet wat ze zegt. Dat hoeft ook niet. Dat is van haar.

Als ik haar vraag hoe het was zegt ze dat het gemakkelijker was dan dat ze had gedacht. Het was minder moeilijk om het te zeggen. Het voelde goed om het gezegd te hebben.

Daarna laat ik haar naast het paard staan om het in de schoenen van haar vader te ontvangen: hoe was het om dit te horen te krijgen? Dat gaat haar moeilijker af, ze voelt wel van alles maar heeft toch het idee dat dat meer haar eigen reactie is dan die van haar vader. Het paard legt tot 3 keer zijn hoofd tegen haar buik. Zo staan ze samen in stilte.

Inmiddels zijn moeder en dochters de bak uitgekomen en ze bevinden zich samen op de lange baan gras om de laatste plukjes af te happen.

Ik vraag haar om de schoenen van haar vader aan te houden en om nu tegen haar eigen ik te reageren op de boodschap die hij net ontvangen heeft. Weer kijkt ze me vragend aan. Maar ze doet het. Heel even maakt het ik-paard contact, daarna graast ze verder, vlakbij moeder en middelste zus. Ik zie haar (in de rol van vader) praten tegen het ik-paard en ik zie het paard doorgrazen, neus aan neus met moeder, alsof ze er niet is.

Als ze terugkomt antwoord ze op mijn vragen dat het gek was, dat het niet goed lukte, dat ze in de rol van haar vader toch eigenlijk alleen maar kon zeggen dat het niet aan hem lag. En dat het allemaal toch niet zo erg was. Hoe het paard reageerde? Nauwelijks, die at gewoon door. Ja, dat was inderdaad ook niet leuk, ze voelde zich genegeerd. In haar stem klinkt irritatie door als ze zegt ‘ja maar zo is hij dus wel, het ligt nooit aan hem. Ik weet nu al dat hij dat toch gaat zeggen’ Ik vraag haar hoe het was om dit in de rol van vader te moeten bespreken met dochter met moeder en andere dochter zo op zijn lip. Daar lijkt ze wakker op te worden. Dat is inderdaad wel erg kwetsbaar.  En het klopt dat die 2 zich altijd vlakbij haar bevinden, achter haar staan, haar beschermen. En ja, vader weet dit en dat zal best invloed op hem hebben. Dan houdt hij zijn masker op en zal hij zich niet vrij voelen om zich uit te spreken. Ook niet als er ondertussen toch niet echt naar hem geluisterd wordt. ‘Kun je oprecht naar hem luisteren?’ vraag ik. In de stilte die volgt realiseert ze zich dat ze dat niet kan. Dat ze torenhoge vooroordelen heeft (die overigens niet voor niets zijn ontstaan). Dit gesprek zal pas zin hebben als ze er zo open mogelijk in kan staan. En dat is best heel eng.

Ondertussen lopen moeder en dochters richting weiland. De oudste dochter komt er vlak achteraan. De coachee verwondert zich over hoe erg dit lijkt op de praktijk van haar privéleven. Een tijd later komt het vaderpaard ons ook voorbij. Hij loopt naar achter in gestaag tempo,  de andere paarden voorbij, doelgericht maar kalm. 

Geef een antwoord