19. Sneeuw

Wat was het allemachtig mooi, die sneeuw in Arnhem, in het Bio-bos! Het was sprookjesachtig en magisch.

Ja, koud was het ook. We hadden niet gedacht aan mutsen sjaals en handschoenen en de dunne sokjes in onze zomergympen droegen ook niet bij aan een comfortabel gevoel maar eigenlijk mocht het de pret niet drukken. Als we het heel koud hadden renden we rondjes om op te warmen, ik gaf jou een opdracht om te huppelen en jij mij om achteruit te lopen. We wisselden met het leiden van Grietje om onze handen even op te kunnen warmen. Jij vond het eerst even gek om met je handen in je zakken te lopen want dan vonden anderen je misschien een Pipo. Maar al gauw nam je van me aan dat je je maar beter goed warm kan voelen dan je druk maken over hoe iemand anders vindt dat je eruit ziet.

We liepen door het bos en omdat alles wit was, leek het wel een andere wereld waar we waren. We verzonnen verhalen over magische witte sprookjesfiguren die naar ons keken, we maakten handafdrukken in de sneeuw en we bekeken de voetsporen van onszelf en van Grietje. Grietje sloft wel een beetje, moet ik toegeven. Het waren geen mooie kleine hoefjes maar lange vegen die ze achterliet op ons pad.

We gleden uit en kregen natte billen. Dat was even moeilijk om los te laten maar toch gingen we door en durfden we weer terug te gaan. We keken nu wel beter naar welke weg we zouden kiezen. dat hadden we dan toch weer geleerd.

Tegen het einde van de ochtend was de sneeuw alweer grotendeels verdwenen. Wat een geluk dat wij er zo laat in het jaar nog een keer van hebben kunnen genieten!

Geef een antwoord