7. Tweede helft

De eerste keer na de zomervakantie; het duurde potdikke nog 3 schoolweken voor het zo ver was.

Job had zin gehad om weer te komen maar vond het ook doodeng. Vooral omdat hij deze eerste keer helemaal alleen moest gaan. Zonder vrienden of klasgenootje. Hij stond dan ook wat in zichzelf gekeerd, met lichte weerstand en een flesje drinken om zich een houding aan te meten, nonchalant semi-ongeïnteresseerd achter mijn collega te wachten. Als ik had gezegd dat het helaas niet door kon gaan vandaag, was ie zonder problemen -sneller dan de wind- terug naar de auto gegaan, schat ik in.

En toch kan ik je beloven: hij had er echt zin in! Hij vindt die paarden ontzettend leuk.

Ken je dat van jezelf dat je ergens helemaal geen zin in hebt? Een team-uitje bijvoorbeeld? of een verplicht feest? Een voordracht of spreekbeurt, een afspraak met vrienden die je al heel lang niet gezien heb, bellen met een nieuwe klant..? Ik zelf herken het maar al te goed. Denken dat je ergens geen zin in hebt om er later achter te komen dat het eigenlijk pure spanning was. Nou, zo was het ook bij Job.

Ik stelde hem wat gezellige vragen maar al gauw zag ik dat ik op het verkeerde spoor zat; dit hielp hem niet ontspannen. Hij stond bij Hilton en aaide hem over zijn nek. Zonder overtuiging, voorzichtig en wat onzeker… Te veel druk. Die druk moest eraf.

Job kwam pas los in de tweede helft. Na de pauze, waarin hij naast het bankje een bak vol ballen met gezichtjes zag staan en zich hardop afvroeg wat dat nou weer was. Samen met de ballen gingen we naar de wei om de paarden eens beter te bekijken. En hoewel ik eigenlijk van plan was geweest om hem te laten zien hoeveel overeenkomsten er zijn tussen een paardenkudde en een vriendengroep, om dan samen eens te kijken hoe je dat eigenlijk doet in zo’n groep, omgaan met elkaar…

…. veranderde ik van gedachten en keken we niet naar vriendschappen maar -al balletje trappend- naar andere kenmerken: hoe zie je nou dat een paard blij is of boos? En hoe zie je dat eigenlijk aan een mens? Wanneer is een paard verdrietig? En wanneer zou een mens bang kunnen zijn? “Wanneer ben jij eigenlijk voor het laatst bang geweest?”, vroeg ik hem, terwijl ik de ‘bange bal’ weer terug naar liet rollen. Die kwam terecht onder paard Pinto. Job keek moeilijk, twijfelde, keek nog eens, liep om Pinto heen, twijfelde weer èn:  had toen het geluk dat Pinto iets verderop een lekkerder plukje gras had gespot en die kant op liep, zonder de bal mee te nemen.

“oh”zei Job, in antwoord op mijn vraag, “dat is zoooooooo lang geleden, dat weet ik niet eens meer, ik ben tegenwoordig eigenlijk nooit meer bang”

Met een knipoog wees ik hem op de situatie met de bal tussen Pinto’s benen “en net dan? waarom deed je zo voorzichtig, waarom pakte je die bal niet gewoon?” Job wilde al bijna in de verdediging schieten maar alsof ik dat niet door had, complimenteerde ik hem met zijn voorzichtigheid en legde uit dat angst ook heel goed kan zijn, een te lang verhaal om hier leuk vlot op te schrijven. Hij zweeg. Maar anders dan eerder, luisterde hij. Het leek of het kwartje viel en ik gun het hem zo: nieuwe stappen in de richting van kwetsbaarheid, nieuwe stappen in de richting van luisteren naar je gevoel, nieuwe stappen in de richting van lichaamsbewustzijn. Mooie stappen.

Als dat geen doelpunt is!

Geef een antwoord