22. Op avontuur

Toen ik hem met Grietje ophaalde op school kwam hij trots in zijn leger-outfit naar buiten lopen. Ik haakte aan en vertelde dat zijn pak mooi van pas wam want we gingen een barre tocht doen. We kozen vandaag niet het wandelpad maar het weggetje vol bochten, heuvels en dalen: het avontuurlijke mountainbike-pad.

We bereidden samen de tocht voor: waar moest hij aan denken? Wie was er de directeur en hoe gaf hij leiding? Hoe kon hij zorgen voor zichzelf maar ook voor Grietje? En hoe kon hij dan ook streng maar rechtvaardig zijn als Grietje weer zou willen snacken?

Het eerste stuk was pittig: daar stond veel gras en hij moest er bovendien nog even inkomen. Maar hoe langer we liepen, hoe beter het ging. En wat knap was: hij lachte om vrijwel alles dat er fout ging. Of eigenlijk ging er niet zozeer iets fout maar hielp Grietje ons goed om te kunnen oefenen, besloten we.

Op het eerste stuk leek hij nog heel even wat ergernis op te bouwen maar hoe meer we samen lachten en hoe meer hij het gevoel kreeg dat het goed ging, hoe meer plezier hij erin kreeg, ook op de moeilijkere momenten. En Grietje leek de boodschap te begrijpen. Want zelfs toen we weer bij het grasveld kwamen, was ze bereid om soepel mee te lopen.

Zijn outfit hielp hem: hij voelde zich er krachtig in, stoer en klaar om aan te pakken. Mijn aanmoediging en onze voorbereiding hielp hem ook: zo wist hij wat en hoe hij het goed deed. En Grietje hielp hem: zij liet hem voelen hoe het is om er met je hoofd bij te zijn, om te vertrouwen op je kunnen en om te lachen op de momenten dat het allemaal even niet wil lukken!

Geef een antwoord